- (1575-05-11) Vonnis in zake 1° Tielman Geritsz, weduwnaar en boedelhouder van wijlen Sanna Jansdr. die moeder was van een vooroverleden kind, bij haar verwekt door Jan Willemsz, kanunnik van Sint Pancras te Leiden, 2° Gasthuismeesteren van Sint Catharina, Huiszittenmeesteven van St. Pietersparochie en H. G. meesters van Leiden, eïschers, tegen Dieuwer en Elisabeth Willemsdrs, gearresteerden en verweersters. De eisch strekt dat zal worden afgegeven wat bij testament van Jan Willemsz en van Sanna Jansdr ten behoeve van de armen is besproken
In der saccke, hangende voor schepenen der stadt Leyden tusschen Davidt Egbertsz gemachticht van Tielman Geritz, van die Langestraet, eertyts man van Sanna Jansdr, synder overleden huysvrou, ende oock noch boelhouder van die achtergelaten goeden van Sanna voorn, als moeder ende eenich erffgenaam van Annetgen Jansdr, haer overleden kindt, geprocreert by heer Jan Willemsz priester ende canonick tot S. Pancraes binnen Leyden, z.g. mitsgaders de Gasthuysmeesteren van S. Catarinengasthuys ende die Huyssittenmeesteren van Pietersparochie, noch die Heilige-geestmeesteren deser stede, eysscher ter eenre-, en Dieuwer ende Elisabeth Willemsdrn, van Oudewater, gesusteren, cum sociis, gearresteerden, ende oversulcx verweersters, ter andere zyden, seggende ende proponerende deijsscher dat zij schuldich souden wesen hem, eysscher, uuyt de naam alsvooren, te laeten volgen uuyt den goeden van heer Jan Willemsz, haer broeder, ende Sanna Jansdr voorn. die somme van vyffhondert karolusgulden, te 40 grooten vlaems tstuck, zulcx heer Jan Willemsz ende Sanna Jansdr, haer eysschers tot behouff van den armen gemaect ende besprocken hadde naer uuytwysende zeeckere testamente ende uuyterste wille, daervan zynde off tot andere alsulcke fyne ende conclusie als myn heeren duncken souden hem, eysscher, oorbaerlicx te wesen, concluderende tot condemnatie van dien mette costen.
- (1575-05-11) Verweersters antwoorden, dat zij geen erfgenamen van hun broeder, voornoemden kanunnik, zijn, dat dit testament is gemaakt bovendien door ’s Lands vijanden en dat daarop dus niet te letten valt.
Waerjegens Cornelis Meess. de Hout, als gemachticht van de voors, verweersters, zeyt ende proponeert voor dingtale, dat alhoewel de huysinge ende erve van meester Jan Willemsz des verweersters zaligen broeder ten respecte van hun armoede ende tot sustentatie van hunluder noottelicke behouften uuyt sonderlinge gratie ende om goodswillen by ofte uuyt de naem van de Fürstliche Gnaden des Princhen van Orangen, als stadthouder der Conincklicken Majesteyt over Hollant, Zeelant ende Vrieslant, de verweersters, aen dewelcke de voors. huysinge ende erve, mits duutlandicheyt van meester Jan voorn, onder andere zyne goederen vervallen was, gehoudt ende gegeven es, dat gyluyden daeromme gheene erffgenamen geseyt en mogen werden te zyn van de voorn, haeren broeder, ende conseqguentelicken in de qualiteyt niet convenibel en zyn, omme het pretens testament, daerop deijsschers hem schynen te fonderen, in eenige zyne poincten nae te comen oft te volbrengen, teminder dat up het testament voors, als by slants vianden gemaect zynde, alhier niet medallen te letten en staet oversulcx geen effect en mochte sorteren, ende dat de verweersters in allen gevallen oock geen erffgenaemen by den voors, testamente geinstitueert en zijn met eenen meester Jan van der Goude, by desen ende meer andere middelen, in tyden ende wylen te allegeren ist noot, zoe concludeert de voors. Corne!is Meess., uuyt de naeme alsboven, dat deysschers verclaert zouden werden tot hoeren frivolen ende ongefondeerden eysch ende conclusie niet ontfanckelicken ende vorder by ordine tot absolutie ende deysschers gecondemneert in alle de costen.
In welcke saecke partiën, mondelinge van replycke ende duplycke gedient hebbende, hebben in rechte geconcludeert ende versocht, hem recht ende justitie geadministreert te werden.
- (1575-05-11) Schepenen beslissen: Verweerders moeten gedoogen dat de eischer Tielman f 500, die zijn huisvrouw en haar kind was gelegateerd, cal verhalen op het huis en erf, dat verweersters met goedvinden van de Raden, nevens Zijn Excellentie, bewonen, doch aan de andere eischers wordt de eïsch ontzegd, met reserve van hun eisch tegen Tielman, als erfgenaam van zijn vrouw. De kosten worden gecompenseerd.
Schepenen al gesien dat aen wederzyden overgeleyt es, op als lettende dat eenichsins heeft mogen bewegen, condemneeren de verweerers te gehengen ende gedogen dat de voorn. Tielman eysscher alhier, de somme van vyffhondert gulden, te 40 grooten, in betalinghe van tlegaet in questie, de voors. Sanna Jansdr, zyne huysvrouw en dochter gemaect, aen de huysinge ende erve, den verwerers by die van de Raede beneffens zijn Excellentie gegont, ende de andere goeden van zaligen Jan Willemsz. die hy zal weten te becomen, zal mogen verhalen, verclarende deselve daervooren verbonden ende executabel, ontseggen den meesteren van tGasthuys, Huyssittenen ende Heylige-geest haerluyder eysch ende conclusie, zulcx ende indervougen als by deselve alhier gedaen ende genomen hebben, deselve nochtans haer actiën reserverende jegens de voors. Tielman, als erffgenaam van zyn huysvrou, ende elders, daer zy zullen menen geraect te wesen, ende compenseren niettemin in de costen om redenen. Aldus gedaen ende gepronunchieert den elffden Meye anno XVe vyff ende tzeventich by Cornelis Adriaensz., Pieter Heynricx. Wassenaer, Pieter Oom Pieters, Gerit Wiggersz., Claes Ghysbrechts. van Dorp ende Claes Adriaens, schepenen, in kennisse van my. Onder stont geteyckent: J. van Hout.
|